Pat Lowette > De zeven seizoenen > Herfstwandeling
- 9 augustus 1999 -
De zeven seizoenen :

Herfstwandeling

grijze vangarmen
klammige kilte
slingeren zich

langs mijn benen omhoog,

sluipen onder mijn jas,
overrompelen mij ruggelings
ijskoud

 

uit rijzige reuzen
en dode takkenarmen
onzichtbaar getooid

met hoge kruinen sparrengroen

valt gecondenseerde mist
in een onvoorspelbaar
ritme druppelsgewijs

 

enkel de kledderende nevel
brengt geluid
in deze wattige wereld

 

schrijdend door een zwalpend gelatinewaas
klampt de kilte zich slijmerig aan mijn vingers,
uit mijn mond slierten zilveren tentakels

stroperige materie
een floers van herfstgelei
als buitenaards leven onvermoed

plots verbrijzeld door een opvliegende houtduif

 

achter de doodse stammen
drijven pootloze koeien
in een omheinde wolkenwei

 

bladloze vogelkers
getooid met mistige kant
en kleverig spinnenrag
strekt zijn armen naar mij uit

 

in de kastanjedreef prijken
lege bolsters
paarsbruine braambladeren
en strogele adelaarsvarens

wier geknakte vleugels over de grond slepen

Zoek naar:

Recent

Labels

Archief

© Pat Lowette