Pat Lowette > Dagschotel > Eenentwintig maart
- 4 augustus 1999 -
Dagschotel, De zeven seizoenen : ,

Eenentwintig maart

Hoogzwanger van gouden zonlicht
spreidt de duisternis haar benen
In het nachtelijk zwart aan de horizon
opent zich haar spleet
Uit verzonken krochten en spelonken
perst zij de langverwachte
levensrijke eierdooier de dageraad tegemoet
Het gehinnik van de nachtmerries sterft uit
gelijk een felle donderslag die
stroomafwaarts door de Nete­vallei rolt en
wegdrijft met de stroming
Als een bliksemschicht
klateren de barenskreten van de
pauwen nabij de watermolen
scheuren de oren van mijn hoofd
Binnen in mijn schedel
strijden gehinnik en pauwenkreten
echoën zij heen en weer
tussen beide trommelvliezen
trachten het aroma van de komende dag
in hun greep te krijgen
De droge smaak van de kater in mijn mond
verzwindt onder het oorverdovend gerinkel
van verbrijzelende sneeuwkristallen
Ik smijt de achterdeur open
om het daglicht te aanschouwen
een krokusfrisse bries
waait mijn slaapogen open
de koelte spoelt met de ochtendtranen
de sigarettenmist uit mijn wimpers
Ik rek mij uit
tussen beknellende schouderbladen
en gesloten vuisten
wordt de verschraalde biergeur fijngeknepen
langs mijn hals aaien gulden zonnestralen
naar de keukenmuur
Mijn handen wrijven mijn aangezicht droog
uit mijn gapende mond ontsnapt
de gapende wond van het verleden
de zwarte merel valt ten prooi
aan een plots naar beneden duikende valk
niets-ontziende klauwen
boren zich in het vogellijf
pluimen vliegen in het rond
geven materie aan de ijle ruimte
tussen mijn aarzelende eerste schreden
en de volgende stap
In een aureool van huiverend kil ochtendlicht
laat de almanak zijn laatste winterse blaadje vallen

 

“Eenentwintig maart” verscheen eerst in “Afrika, mon amour”
onder de vorm van een prozatekst,
en is later herwerkt en opnieuw gepubliceerd in dichtbundel “Een open doekje”.

open doekje 024

schilderij RiaV * foto Pat Lowette

 

Zoek naar:

Recent

Labels

Archief

© Pat Lowette