Pat Lowette > Kortverhaal > Averechts > Un beau garçon
- 5 juni 2024 -
Averechts, Kortverhaal :

Un beau garçon

Grand frère Ousmane deed het al jaren, de witte zandstranden afstruinen en tussen de palmbomen, onder de rieten parasols zoeken naar de vrouw of man die met puppy-ogen erom vroeg. All-in-vakanties duren maar een of twee weken, Ousmane heeft dus al vaak bingo gezegd. Hij verdient er een aardige duit mee: een weekje lang een witte toerist in de watten leggen. Teraanga-gastvrij. Vrolijk en vriendelijk. En lief natuurlijk. Lief tot in hun hotelkamer aan toe. ‘Lief’ dat is wat de toeristen – dankzij de brochureteksten – verwachten van ons Senegalezen.
Een week kost en inwoon is de minimale opbrengst van zo’n accord de vacances.  Daarbovenop een souvenir d’amitié: een horloge of nieuwe boubou als afscheidscadeau. Op de luchthaven nog een handvol geld. En natuurlijk les coordonnées die Ousmane nog maandenlang kan gebruiken. Vragen staat vrij toch? Hij verzint – naast chatberichten vol ‘lieve woordjes’ – heel wat drama’s die ons pauvres noirs kunnen overkomen waar witte harten voor aan het smelten gaan. La misère du tiers monde, ça vend toujours.
Zoals Ousmane à l’aise de safari-boy spelen en mensen tot in de buurt van een aap of een giraf gidsen is niet mijn grote droom. Ik speelde het spel enkel om mijn studies te betalen. Wolof is mijn moedertaal. Arabisch de taal van mijn vader die een van de koranscholen leidt in Toubatoule. Frans, mijn eerste sleutel tot Europa, is de nationale onderwijstaal van oud kolonisator Frankrijk. Omdat talen mij zo vlot afgaan behaalde ik aan l’ISEL[1] een licence en Anglais en licence en Espagnol. Pas mal n’est-ce pas?

Toen ik de oversteek naar Europa maakte wilde ik naar la Belgique, waar ik in le sud een paar adressen had, met Ousmane’s groeten. Door een of andere migrantendoorschuifoperatie verhuisde ik echter van het Klein Kasteeltje over Bouillon naar Gent. En dus leer ik er nog maar een taal bij. Ik zal doorgaan tot niveau B2; want ik wil eindelijk echt tolken.
Ondertussen trek ik best mijn plan in het Nederlands. Ik probeer een goede job te pakken te krijgen, want tu sais, ploegenwerk bij Volvo wordt niet slecht betaald, maar mijn talen kan ik daar niet gebruiken. Tenzij tijdens de pauzes met de collega’s quoi, collega’s van over de hele wereld.
Beatrijs is mijn mentor bij Duo For A Job. Die geloofde er ook echt in toen ik voor de derde keer op gesprek mocht voor een vacature van verkoper-opticien in de Veldstraat. Bij De Brillenwinkel werk je als winkelmedewerker en doe je ondertussen de optiek-opleiding van Syntra. Eens dat diploma in handen wordt je loon opgetrokken. Klinkt goed, n’est-ce pas? Dagelijkse contacten met mensen zou alleen maar mijn Nederlands verbeteren meende ik. En Bea had mij erop attent gemaakt dat voltijds werk vinden als tolk misschien nog een tijdje zou kunnen duren. Opticien dus.

Na een preselectie – op basis van mijn motivatiebrief – had ik een gesprek met Anja, een toekomstige collega. Zij toonde mij de winkel, ook achter de schermen, vertelde over De Brillenwinkel als werkgever en over de klanten hier in de Veldstraat. En verder een babbel “over koetjes en kalfjes”, zo zeg je dat toch hé?
Het klikte met Anja, en dat had zij doorverteld aan shopmanager Patrick. Mijn tweede gesprek was met hem. Patrick stelde meer vragen, polste vooral mijn motivatie en beluisterde mijn Duo-verhaal. Hij kende Duo niet, dus vertelde ik hem er wat over. Hij begreep dat ik echt gemotiveerd ben om te werken. Hij sloot af met de belofte een definitieve afspraak vast te leggen met de personeelsverantwoordelijke.
Beatrijs was er heilig van overtuigd dat de zaak in kannen en kruiken was. Een derde gesprek, met de HR-manager van een winkelketen die hiervoor speciaal naar Gent komt? Zoveel inspanning zou een internationaal bedrijf toch nooit doen voor een twijfelachtige kandidaat? Ik zag mezelf al staan blinken naast Anja en Patrick in De Brillenwinkel. Gent is best wel een stad met kleur. De Brillenwinkel zou zelfs extra klanten kunnen aantrekken door mij, toch?

Het sollicitatiegesprek met mevrouw Crombrugghe verliep even goed als de vorige twee. Dacht ik. Enkele dagen later kreeg ik een beleefde mail dat De Brillenwinkel “de voorkeur aan een sterkere kandidaat” had gegeven. Ik wist al lang dat Beatrijs zou willen dat ik uitviste waaraan ik zou kunnen werken bij een volgende sollicitatie. Elke tegenvaller is immers een leermoment: wat kan ik volgende keer nog beter aanpakken? Zelf was ik ook benieuwd. Ik belde dus de HR-dienst van De Brillenwinkel in Brussel.
Mevrouw Crombrugghe was niet bereikbaar, zei hij. Neen, ook niet later op de dag. Hij kon mij wel feedback geven over mijn sollicitatiegesprek. Een momentje geduld, hij zou het dossier openen. Oh ja, als hij mijn foto zag herinnerde hij het zich, wat mevrouw Crombrugghe had gezegd toen ze terugkwam van het gesprek in Gent. Wat precies? Neen, dat was eigenlijk niet voor herhaling vatbaar. Maar mevrouw Crombrugghe was heel expliciet geweest. Hij zei nog dat het hem speet, wenste mij nog veel geluk bij een volgende sollicitatie en verbrak het gesprek.
Het leek mij niet over mijn vaardigheden te gaan. Het leek eerder een déjà vu. Hoe was die geschiedenis van de tirailleurs Sénégalais? Goed om het ‘vaderland’ te helpen verdedigen, maar niet om er te wonen, laat staan om volwaardige burgerrechten op te eisen. Is het dan toch waar dat être un beau garçon op Europese bodem niet genoeg is, maar dat die mooie jongen ook nog de juiste huidskleur moet hebben? In het belang van Vlaanderen: retour au Sénégal! Keere weerom reuske, reuske, keere weerom…


[1] Institut Supérieur pour l´Education et les Langues

Zoek naar:

Recent

Labels

Archief

© Pat Lowette