Pat Lowette > Recensie > Tussen de wereld en mij
- 8 januari 2026 -
Recensie :

Tussen de wereld en mij

“Tussen de wereld en mij” is een lange brief van Ta-Nehisi Coates aan zijn vijftienjarige zoon Samori, waarin hij beschrijft hoe het is om als zwarte jongen op te groeien in Amerika. Een Amerika dat zichzelf voorhoudt dat raciale tegenstellingen tot het verleden behoren, maar waar aanhoudende gewelddadige incidenten tegen de zwarte bevolkingsgroep een andere werkelijkheid laten zien. De titel is ontleend aan een gedicht van Richard Wright en wordt geciteerd in James Balwin ‘The fire next time’. De dood van studievriend Prince Jones, die door een persoonsverwisseling werd doodgeschoten door de politie, vormde een van de aanleidingen om de brief te schrijven.
Coates maakt pijnlijk duidelijk hoezeer racisme in de Amerikaanse cultuur zit verankerd. Hij laat zien dat gewelddadige uitspattingen geen toevallige incidenten zijn, maar voortkomen uit scheve machtsverhoudingen en diepgewortelde maatschappelijke noties die niet enkel golden ten tijde van de Jim Crowe wetten maar ook vandaag nog overheersen in het institutioneel racisme in het leven van Afro-Amerikanen.
Coates kijkt vanuit een historisch perspectief en beschrijft hoe raciale gedachten door de eeuwen heen zijn geëvolueerd. Volgens hem is racisme vooral een fysieke ervaring, waarbij de lijfelijke dreiging tegen ‘black bodies’ telkens een andere vorm aanneemt: van slavernij en opsluiting tot buitensporig politiegeweld. Hij neemt de lezer mee, aan de hand, door zijn leven. Daarbij probeert hij één vraag te beantwoorden: is het in Amerika mogelijk om geweldloos in een zwart lichaam te leven?

“Het idee dat huid en haar onderscheidende factoren zijn op grond waarvan een maatschappij kan worden georganiseerd, en dat ze voor dieper liggende, onuitwisbare kenmerken staan: dat is het nieuwe geloof van deze nieuwe mensen, die op een hopeloze, tragische, bedrieglijke manier zijn grootgebracht met het idee dat ze wit zijn.” En deze ‘bovenmenselijke’ witheid laat uiteraard geen ruimte om toe te geven dat men fouten heeft gemaakt. De geschiedenis – hoe bloederig ook – wordt dus goedgepraat, in een maatschappij waar “fouilleren, gevangenzetten, slaan en vernederingen tot de voorrechten horen.”

Hoe de gegeselde zwarte huid, in al haar kwetsbare naaktheid, telkens weer het onderspit delft wordt duidelijk gemaakt op velerlei manieren: “Maar liefst 60 percent van alle jonge zwarte mannen die de middelbare school niet afmaken, gaat naar de gevangenis. Het land zou zich moeten schamen.” En uiteraard wordt de schuld niet bij het onderwijssysteem gelegd, maar bij de zwarten. “Misschien had de benaming ‘zwart’ er allemaal niets mee te maken; misschien was ‘zwart’ maar de naam voor een bestaan aan de onderkant, voor een mens die is veranderd in een ding, voor een ding veranderd in een paria.”
Hoe gewelddadig deze ‘onderdrukking ‘pariatisering’ te werk gaat én hoe dit geweld oproept bij de onderdrukten, telkens weer haalt Coates de onderliggende steen boven – het mechanisme – dat ervoor zorgt dat mensen het heersende witte denken gaan belichamen, zelfs als ze een zwarte huid hebben.

Mijn hele leven had ik zwarte ouders tegen hun zoons en dochters horen zeggen dat ze ‘twee keer zo goed’ moesten zijn, wat wil zeggen dat ze de helft moesten accepteren. Het advies werd met een soort religieuze verhevenheid uitgesproken, alsof het om een onuitgesproken waarde, een onontdekte moed ging, terwijl ze in feite alleen maar het bewijs waren van het pistool tegen ons hoofd en de hand in onze zak. Zo verliezen we onze zachtheid. Zo beroven ze ons van ons recht om te lachen. Geen mens vertelde die kleine witte kinderen op hun driewielertjes dat ze twee keer zo goed moesten zijn. Ik denk dat hun werd verteld om twee keer zo hebberig te zijn.”
In het kielzog van de Amerikaanse droom dat ook een krantenjongen miljardair kan worden, illustreert Coates dat deze witte droom drijft op zwarte lichamen die kopje onder gaan. Een fantastische, liefdevolle geschiedenisles van een Amerikaanse vader aan zijn zoon, een boek dat echter niet in de huidige Amerikaanse canon zal te vinden zijn.

*******

De recente publicatie van “De boodschap” hielp mij om Coates “Tussen de wereld en mij” terug boven te halen. In 2015 was Coates de winnaar van de National Book Award voor non-fictie.

Ta-Nehisi Coates, ‘Tussen de wereld en mij’, vertaling Rutger H. Cornets de Groot, Amsterdam University Press, 9789463728058

Zoek naar:

Recent

Labels

Archief

© Pat Lowette