Pat Lowette > Kortverhaal > Bedrijvige verhalen > Het oog van de meester
- 28 december 2017 -
Bedrijvige verhalen, Kortverhaal :

Het oog van de meester

 

“Het oog van de meester maakt het varken vet” was het ultieme levensmotto waarmee Anton was opgegroeid. Natuurlijk wist Anton wel dat dit een spreekwoord was: de zorg, de aandacht van de neringdoener voor zijn zaak, zorgde ervoor dat zijn doening eten op de plank bracht en een appeltje voor de dorst. Bij Anton was het ‘vet’ van dat spreekwoordelijke varken ook letterlijk te nemen, want Anton was varkensboer, net zoals zijn vader Bernard, zijn grootvader Anton, zijn overgrootvader Bernard… De voornaam van de oudste zoon schrankte in de familie, de varkensstiel bleef in elke generatie een vaste waarde.

Anton was een kind van de naoorlogse babyboom. Na jaren van buikriem aanspannen en frankskes tellen, leek de wereldwijde economische groei eindeloos. Anton droomde ervan zijn varkentjes op het droge te hebben en volgde een opwaartse opleiding bij V²MS, de Vlijtige Vlaamse Management School. Feiten en cijfers, tabellen en grafieken, en in het bijzonder exponentiële groei stuurden vanaf toen zijn denken. Vóór het slapen gaan telde Anton dan ook geen schapen meer, maar varkens. En zijn dromen knorden langs overvolle stallen, lopende-band-slachterijen en zwierige varkensstaarten.

Hoe meer Anton met dat managementgeschoolde, getalsmatige oog naar zijn varkens keek, hoe duidelijker hij zag dat hij alleen onvoldoende groei zou kunnen realiseren. Als hij elke dag zelf de leiding moest nemen en de varkens de weg wijzen naar het eikenbos, dan was er natuurlijk geen tijd voor het invullen van de vereiste tabellen en het uittekenen van de – opwaartse – grafieken. Anton investeerde dus in een varkenshoeder. Een leider die de kudde de weg kon wijzen naar het eikenbos. Iemand die op het veld kon toezien op een stevige dagelijkse portie eikels, want net dat maakte die hemelse smaak van de hammen, waarvoor mensen van heinde en ver tot bij Anton kwamen. Slagers uit binnen- en buitenland – zelfs een sterrenchef – roemden de kwaliteit van zijn varkensvlees.

Alras zag Anton dat de toenemende varkenskudde de varkenshoeder – zelfs met behulp van enkele herdershonden – boven het hoofd groeide. Anton investeerde nogmaals en ditmaal in een varkensverzorger. Naast de manager en de leider zorgde deze coach er bijvoorbeeld voor elk varken op tijd en stond een persoonlijke massage te geven om de hammen soepel en zacht te houden. En hij kookte extra porties aardappelen voor die zeug die een kroostrijke hoop biggen op de wereld had gezet. Heel soms deelde hij ook een tik uit aan een varken dat zijn trog niet uit at, want vieze varkens worden niet vet. En hij hield in het bijzonder de jonge biggen en blagen in het oog opdat die niet verpletterd zouden worden door een oude zeug. Kortom de varkensverzorger zorgde voor het dagelijkse welzijn op de varkensvloer.

Elke boer weet: de varkens van vandaag dat zijn de schnitzels van morgen. Slachten gebeurde al lang niet meer enkel op Sinte Katrien, maar het hele jaar door. En vermits de varkens niet meer op het hof werden geslacht moest er ook geen zende meer naar de buren worden gedragen en meegegeven aan de thuisslachter. Geen zende meer gratis weggeven, dat was tenminste netto-winst. Zo rekende Anton zich steeds verder van varkensboer tot varkensmanager. En dat was veel meer dan een semantische kwestie. Overal waar mogelijk ging Anton met de cijfers aan de slag. Door de goede zorgen wierpen de zeugen bijvoorbeeld steeds grotere aantallen biggen. Van zes naar acht alsof het niets was. Tien bleek slechts een imaginair plafond. Weldra kwam een dozijn als gemiddelde in zicht. Daarna werd er naar de veertien gerekend. En al die biggen werden varkens. Nog meer varkens. En wie een varken is moet natuurlijk in het schot, dus breidden de stallen zich uit tezamen met de varkensaantallen.

Anton had het gelukkig getroffen met de hoeder en de verzorger. Het waren echt wel mannen die samen met hem het varkentje wel even wilden wassen. Ze hadden echt geen varkensvlees onder de armen en staken de handen stevig uit de mouwen. Anton’s varkenshouderij werd allengs wereldberoemd in spekland en contreien. Een speelse inval op een of ander werkoverleg hielp hem ook aan een allitererende merknaam: ‘Hemelse Hammen’. In steeds meer Vlaamse straten verscheen het logo van Hemelse Hammen op de vitrines van de slagers als kwaliteitslabel voor fijn verzorgd varkensvlees.

In een land waar stoemp met kotelet of worst grootmoeders gastronomie etaleert, een land waar pensenkermissen hoogtij vieren, was het niet te verwonderen dat na verloop van tijd steeds meer mensen Anton’s voorbeeld volgden. Managers die kop noch staart aan een varken zagen, bouwden steeds grotere stallen om steeds meer varkens te kunnen kweken. En deze varkensmanagers stapten met handenvol zelfvertrouwen naar de vergaderingen van de vakvereniging, die met de nodige zin voor humor De Gouden Knorhaan was genoemd. Binnen De Gouden Knorhaan bestond er geen twijfel over vis noch vlees. Varkensvlees zou het worden en al die koeien moesten de Vlaamse weiden uit. Zeker nu duidelijk werd wat een vervuilende methaangasproducenten koeien eigenlijk wel waren. De duurzame tijdsgeest speelde in de kaart van de varkensteelt.

Toen De Gouden Knorhaan dan ook eindelijk de romantiek van de oude varkensboeren achter zich liet en inruilde voor het nieuwe managementdenken droomde Anton van de vet bezoldigde post van voorzitter. Enkele jaren voor zijn pensioen zou dit een mooie kroon worden op zijn loopbaan. Dan zou hij het feestvarken zijn. Hij moest enkel zien te bewijzen dat hij als V²MS-pionier de allerbovenstebeste varkens wist vet te mesten. Dat varken was op een oor na gevild, dacht Anton.

Anton haalde het onderste uit de kan. Hij probeerde twee ruggen uit één varken te snijden. De varkenshoeder moest om de haverklap weten te vertellen welk varken hoeveel eikels had gegeten. De verzorger moest up-to-date cijfers leveren over massagebeurten. En Anton cijferde zich varkensvet. Als de aantallen niet snel genoeg op zijn bureau belandden belde Anton hen op de gsm die hij hen cadeau had gedaan.

De varkenshoeder had amper nog tijd om de kuddes naar de eikenbossen te leiden. Niet zelden liet hij ze dan ook met hun snuit zo maar wat gaten in de wei wroeten in plaats van eikels te gaan eten. De varkens zelf wisten niet meer wat de hoeder van hen verlangde. Holde hij voor hen uit richting eikenbos trachtten ze hem te volgen. Maar wanneer de telefoon rinkelde keerde hij dan ineens op zijn passen terug richting de hoeve. Moesten zij nu ook volgen? Daarenboven liep hij voortdurend hardop te tellen. Je kreeg er kop noch staart aan. Vroeger sprak hij hen nog aan met hun naam. Nu kende hij precies alleen nog getallen.

De verzorger verging het al niet beter. Ook hij probeerde met de cijferhonger van Anton om te gaan. Net als zijn collega pendelde hij voortdurend tussen varkenszorg en varkensaantallen. Hij moest daarvoor al eens een ongewassen varken achterlaten zonder massagebeurt. Of sloeg al eens de extra voederbeurt voor een kroostrijke zeug over. Hij zorgde er vooral voor dat alles geteld en vermeld was op Anton’s tabellen en grafieken. Af en toe werd er zelfs een leugentje om bestwil genoteerd. Dan werden de varkens met de mantel der liefde bedekt en kreeg Anton gewoon de verwachte aantallen voorgeschoteld.

Op een dag klonk er pardoes gekeel van een varken. Anton schrok eventjes op. Dat geluid was tientallen jaren geleden toch uitgestorven op de Hemelse Hammen-hoeve, samen met het ter plaatse slachten? Waar kwam dit vandaan? Anton liet zich echter niet van de wijs brengen. De verzorger zou wel rapporteren wat er aan de hand was. Of anders de herder wel. Wellicht had hij het zelfs niet goed gehoord.

Terwijl de gebudgetteerde aantallen nog steeds ten gepaste tijde opdoken in de rapporten duikelden de krimpsignalen reeds binnen op Anton’s laptop. De sterrenchef vond dat de subtiele eikelsmaak verdwenen was. Het slachthuis kloeg dat de hammen niet meer voldeden aan de vereiste standaarden. En eensklaps daalde de verkoop zienderogen. Veel geschreeuw maar weinig wol dreigde plots ook op Anton’s agrarisch bedrijf, alsof hij varkens aan het scheren was.

Anton schrok heel wat meer van die dalende cijfers dan van het gekeel van dat varken. Toen hij zijn ogen los maakte van de draaitabellen en naar buiten wandelde, om samen met een frisse neus ook frisse gedachten te halen, zag Anton een kudde varkens waarvan de meerderheid aan het krijsen en krijten was. Wat was er gebeurd? Waar waren de verzorger en de varkenshoeder die met zoveel passie jarenlang hun job hadden gedaan? Keek er hier dan niemand meer om naar de varkens? En toen viel Anton’s oog op de biggen. Niet een big bleek nog met die mooie zwierige krulstaart te pronken die een Hemelse Ham aankondigt. Had hij dan al die jaren parels voor de zwijnen gegooid?

 

“Het oog van de meester maakt het varken vet”
is een van de volks verwoorde wijsheden
die ik dank aan ‘meme’, Aline Van Herpe.

Zoek naar:

Recent

Labels

Archief

© Pat Lowette