Pat Lowette > Dagschotel > 13 + 32 (°)
- 14 april 2020 -
Dagschotel :

13 + 32 (°)

We hebben onze eerste politiecontrole er op zitten. “Waarheen gaat de rit?”
Eerst even terug in de tijd, want om te beginnen was er wat heen en weer gemail en getelefoneer tussen het kastje en de muur zeg maar. Want wat bleek: bij de laatste autokeuring werd een administratieve fout gemaakt, waardoor wij een fout bedrag aan verkeersbelasting betalen. De verkeersbelasting kan dat niet rechtzetten zonder dat DIV bevestigt dat de inschrijving van de auto nu aangepast is. DIV kan dat niet in orde brengen zonder dat de autokeuring haar werk heeft gedaan. En bij de autokeuring weigerden ze dus het vereiste document op te sturen. Zelfs als wij zwart op wit neerschreven dat wij de kosten voor verzending zouden betalen… bleek in deze coronatijden er nog steeds niet voldoende klantgerichtheid te zijn om een papier in een briefomslag te steken.
Dus moesten we dat papier persoonlijk gaan afhalen. En gelukkig hadden we een print bij van de e-mail van SBAT dat wij zelf naar hun kantoor moesten – niet het dichtstbijzijnde maar wel hun hoofdkantoor – om dit te laten regelen. En met die e-mail in de hand werd het door de betrokken agent dan toch aanvaard dat het om een essentiële verplaatsing ging. Oef.
Oh ja, hartelijk dank aan de man die ons verder hielp bij de autokeuring, hij is de eerste die in dit verhaal toegeeft dat er een fout is gebeurd. Klantgericht denken kan dus toch?

“Haar ouders speelden huwelijk” is een van de gedachten van Lise. Lise is de centrale figuur in Griet Op de Beeck’s Let op mijn woorden. De gesprekken tussen haar ouders zijn zelden dialogen. Soms zijn ze nietszeggend. Soms bedoeld om te kwetsen. Maar zelden of nooit tweespraak. Wel naast elkaar schurende alleenspraak. Monologische woordenspuiterij. Manipulatief gekonkel. Platitudes breder dan al lang ingetrapte open deuren…
Veel woorden soms, omdat er toch iets moet gezegd worden. Veel dialogen in het boek kunnen beschreven worden als “een gesprek tussen vreemden, mensen die met elkaar praatten omdat het nog ongemakkelijker was om dat niet te doen.
En tussen dit woordengeweld en de leegheid der dagelijkse dingen groeit Lise op in een sfeer van “heimwee naar wat nooit is geweest en nooit meer zou komen”. Een alomtegenwoordige onderhuidse hunkering naar liefdevolle omarming van een ander – én van jezelf – maar, hoe gaat dat als er zo weinig bevestiging komt dat het leven fijn is en jij goed bezig bent?
Een van Lise’s lotgenoten verwoordt de angst als volgt, zij is bang “van mijn eigen gezicht, van mensen, (…) van wat er komen gaat, van wat ik niet kan, van wat ik voel als ik ga slapen, van wat ik denk als ik wakker word, van de wereld, van mijn eigen kracht, en van mijn zwakte,…”
Door de opsomming van gebaren en gestes, een beschrijving van schijnbaar toevallige doordeweekse gebeurtenissen, het plaatsen van enkele feiten in elkaar opvolgende zinnen schildert Griet Op de Beeck telkens weer een schrijnende sfeer. Ze schildert als een pointillist, stip na stip, woord na woord. Op zich is elke stip slechts een gekleurde stip, maar de totaliteit van al die stippen maakt de sfeer en zo het doek.
En die stipjes zijn zo levensecht, zo herkenbaar, dat ik deugddoend zou willen glimlachen ook al schuurt en schrijnt de inhoud ten allenkant. ‘Genuine’ heet dat blijkbaar tegenwoordig. Een ‘echte’ Op de Beeck zou ik zeggen. Ik kijk al uit naar nummer drie van de trilogie, want haar woordengetimmer is zo meticuleus filigreinig, een echt schrijnwerk zeg maar.

De nacht van 14 op 15 april – vannacht dus – zovele jaren geleden, in 1912 om precies te zijn, zonk de Titanic. Het “praktisch onzinkbare” schip bleek dan toch kwetsbaar.
IJsbergen hebben de gewoonte zich grotendeels onder water te bewegen. Verraderlijk soms. In deze coronatijden staan nogal wat mensen op die corona beschrijven als het topje van een mondiale, neoliberale, natuur-on-vriendelijke, niet-duurzame,… levenswijze. Het leven wil ons iets vertellen… vertellen deze onheilsprofeten mij dan.
Ik geloof niet dat het leven ons iets vertelt. Het leven leeft gewoon en zoekt naar verder-leven, naar voortplanting, naar genen-verspreiding, naar toekomst. En als er geen levensruimte meer genoeg is bij de vleermuizen, dan springt een virus wel over naar een ander wezen, een mens bijvoorbeeld, en probeert eens uit of dat een goede drager is om verder te leven. Zoiets dus.
Maar het feit dat deze kleine stap van dat virus een grote sprong is voor de mensheid en diens gezondheid,… dat is wellicht iets wat ons kan uitnodigen om over na te denken. Nu het leven stilvalt is er wellicht tijd voor een globalistische zelfreflectie. Zelfreflectie – an sich – is reeds een zinvolle bezigheid, ook zonder onheilsprofetieën, niet?

En, omdat een verwittigd mens er twee waard is. Morgen, de 15de april, is het de dag van de goede daad. Haal je scouteske idealisme en vindingrijkheid al maar boven. 😉

(°) 13 + 32 = vrijdag de 13de, begin van de samenscholingsmaatregelen + 32 dagen

Zoek naar:

Recent

Labels

Archief

© Pat Lowette