Deze krachtige familiesaga van de onvergelijkelijke Leïla Slimani vertrekt vanuit de herinneringen van haar grootmoeder en moeder, die opgroeide op het arme boerenbedrijf van haar ouders én de eerste vrouwelijke gynaecoloog van Marokko werd. De meeslepende trilogie eindigt met een slotakkoord dat raakt aan Slimani’s eigen schrijverschap. Bij het verschijnen van het sluitstuk van deze trilogie las ik de drie boeken in een ruk uit, wat ik je ten zeerste kan aanraden als je benieuwd bent naar migratie en alles daaromtrent.

Het meeslepende verhaal begint in 1946. De jonge, Franse Mathilde valt als een blok voor Amine, een Marokkaanse officier in het Franse leger. Ze trouwen en vertrekken naar zijn afgelegen familieboerderij, uren rijden van Rabat. Hoe kan deze liefde, die constant op de proef gesteld wordt, standhouden? Wat is de plaats van een Française in dit Marokkanse binnenland? Hoe dringt de Franse, na-oorlogse cultuur dit land binnen? Want de Marokkanen die aan de zijde van de Fransen ten strijde trokken hebben letterlijk en figuurlijk grenzen overschreden.
“Na meer dan veertig jaar protectoraat is het toch niet onbegrijpelijk dat de Marokkanen de vrijheid opeisen waarvoor ze hebben gestreden, de vrijheid waarvan wij ze hebben laten proeven, waaraan wij hun de waarde hebben geleerd?”

Marokko, 1968: Amine heeft zijn dorre terrein omgevormd tot een bloeiend boerenbedrijf. Hij en zijn vrouw Mathilde behoren nu tot een nieuwe bourgeoisie. Ze leggen zelfs een zwembad aan, om deze nieuwe status kracht bij te zetten. Maar hun zoon Selim heeft helemaal geen zin om de boerderij over te nemen en vlucht naar het hippieparadijs Essouira. Dochter Aïsha wordt gynaecologe en trouwt met een idealistische economiestudent. Ze geloven in een maakbare toekomst, maar dan raakt het land in de greep van een steeds strenger regime…
Hoe leven mensen verder na een ruptuur? “Tijdens de diners van de Rotary, waar de Marokkaanse bourgeoisie en de leden van de Europese gemeenschap met elkaar aan tafel zaten, leek het net alsof de kolonisatie een misverstand was geweest, een vergissing waar de Fransen nu spijt van hadden en de Marokkanen deden alsof ze die waren vergeten.”
Samen met het einde aan de kolonisatie komt er ook een einde aan het basale agrarische leven, waarbij Amine vecht voor behoud: “In dit land dat eeuwenlang had geleefd van grond en strijd, ging het nu alleen nog maar over de stad en vooruitgang.” “De stad (…) naderde en bracht geruchten en verderfelijke dromen met zich mee.” “De stad waar de mensen hun tijd verdeden met nachtenlang dansen. Sinds wanneer moesten mensen zo nodig dansen?”
Jonge vrouwen trekken weg uit de keuken waar hun voormoeders eeuwenlang groeizame en helende, troostrijke en gelukkig makende voedsel bereidden voor anderen. Aïcha, Amines en Mathildes dochter, was de eerste die studeerde. Na haar studies bedacht zij “dat er geen enkel verband bestond tussen deze wereld en die in Straatsburg, tussen haar leven hier en haar leven daar. Die twee levens hadden niets gemeen. Ze speelden zich af in verschillende, parallelle dimensies, zonder elkaar op enige wijze te beïnvloeden. Ze begon zelfs te denken dat een deel van haar nog altijd daar was, in Straatsburg, en gewon verderging met haar gebruikelijke bestaan. Ze werd overvallen door een onwerkelijk gevoel. Ze wist niet helemaal zeker meer of ze die vier jaren had beleefd. Misschien was ze wel nooit van hier vertrokken. Misschien had ze het gedroomd.”
Het heen en weer, het hier en daar, de spreidstand van mensen op zoek naar een beter leven tussen het land dat ze achterlaten en het land waar ze naartoe trekken.

‘Neem het vuur mee’ vertelt het verhaal van Mia, kleindochter van Mathilde en dochter van Aïcha. Mia is een succesvolle schrijfster in Parijs, maar worstelt na een coronabesmetting met brain fog, wat haar herinneringen en werk beïnvloedt. Op advies van haar neuroloog reist ze naar Marokko om haar familiegeschiedenis te verkennen. In Meknès bezoekt ze het familiebedrijf, maar ze voelt zich meer een buitenstaander dan thuis. Terwijl ze nadenkt over haar vader Mehdi, die zweeg over zijn verleden maar haar boeken gaf om hem te begrijpen, vraagt Mia zich af wie ze is zonder de herinneringen aan haar voorouders.
“Ze was niet meer van hier maar zou nooit van daar zijn. Het enige wat ze deed was geld van de ene wereld naar de andere doorschuiven” stelt Aïcha, terwijl haar broer Selim opmerkt “Ze waren ertoe veroordeeld in een soort vagevuur te leven, klem tussen de haat van de islamisten en de onwetendheid van de westerlingen. Hij vroeg zich af: kunnen we houden van een land dat niet van ons houdt? Kun je tegelijkertijd van hier en van daar zijn?”
Selim’s Marokkaanse kapper in New York is stellig: “Teruggaan is een schande. Degenen die teruggaan zijn mislukkelingen. Hoe minder vaak je teruggaat, hoe meer ze denken dat je geslaagd bent en daar worden ze gelukkig van.”
De trilogie is veelomvattend qua thema’s en invalshoeken, voelt bij wijlen melancholisch en neemt je energiek mee doorheen deze familiegeschiedenis met vaal simpele, herkenbare zinen die niettemin ene heel verhaal in zich dragen: “Voetbal (…) de sport van de armen, van de derde wereld, de enige waarbij hysterische menigten vol liefde de naam schreeuwden van een zwarte man of een armoedzaaier.”
Het persoonlijke slot dat Leïla Slimani neerschrijft is een sterk orgelpunt voor dit familiaal geïnspireerde epos.
*******
Leïla Slimani, ‘Mathilde’ – 9789046827017 – ‘Kijk ons dansen’ – 9789046829776 – & ‘Neem het vuur mee’ – 9789028453951 – uitgeverij Wereldbibliotheek, vertaling Gertrud Maes.